woensdag 27 maart 2013

pasen




Matteüs 26:36-46
Mijn Vader, indien mogelijk...
Midden in de donkre nacht
Heeft de Heer getracht
Met zijn Vader te onderhandelen
Het lijden indien mogelijk te veranderen
Maar gehoorzaamde en kreeg kracht

Om het leed te dragen
Zonder verder te vragen
Want er was geen andere mogelijkheid
Voor de verloren menselijkheid
De poten onder Satans stoel te zagen

Met een kruis op zijn rug gebonden
Dragend al die zonden
Zo liet de Heer zich gebieden
En Gods vrijspraak aan mensen kon geschieden
Gekruisigd werd de donkre nacht bedwongen

Gaan wij achter Jezus aan
De blik op het kruis voortaan
Dan mogen wij leven in het licht
Met een prachtig toekomstgezicht
En gereinigd voor Gods troon staan







maandag 25 maart 2013

goede vrijdag

Iemand van de studentenvereniging van onze dochter heeft deze strip op facebook geplaatst. 
Ik vind hem best wel heftig. 
Hoe dan ook de strekking is wel heel erg waar. 





En dat is het dus ook....een Goede Vrijdag!


zondag 17 maart 2013

pesach


 Exodus 12: 1-13.

(Dit is een verhaal naar aanleiding van een anekdote die ik vele jaren geleden hoorde en nu op mijn eigen manier mag verwoorden.)

  Het is maart en in deze maand gebeuren er 'dingen' in de joodse wijk. Iedereen heeft al een lam aangeschaft, sommigen een geit. Maakt niet uit als het maar wel bokken zijn en ongeveer 1 jaar oud. Het gerucht gaat dat men deze nu gaat slachten en het bloed ervan aan de deurposten gaat smeren. Ik en mijn cameraman krijgen van onze redacteur de opdracht om een aantal gezinnen te gaan interviewen. Samen gaan we op pad.

  De avond valt wanneer we de wijk bereiken. Alle deurposten zijn inmiddels gekleurd door het bloed van de dieren, sommige zijn nog bezig met het smeren. Hier en daar kunnen we naar binnen kijken en zien we de joden met jassen aan door de kamer heen lopen met etenswaren. De geur van geroosterd vlees komt je in elke straat tegemoet.

  Hè, daar zien we een deur die nog niet gekleurd is. Ik druk op de bel en na even wachten zwaait de deur open.
  “Goedenavond, wij zijn van ‘Het oog op Egypte’ mogen wij u wat vragen stellen?”
  “Ja hoor, komt u even binnen, dat praat wat makkelijker, maar ik moet u wel vragen de camera uit te doen, we willen onze gezichten niet op de TV hebben.”
  We lopen naar binnen en sluiten de deur achter ons. Binnen is het een drukte van jewelste. In de keuken wordt vlees geroosterd en degenen die zich niet met het eten bezighouden, pakken wat spulletjes in die je zoal nodig hebt voor een reis. Iedereen loopt met zijn jas aan. Zelfs de baby kraaiend in de kinderstoel is volledig aangekleed en probeert de veters van zijn schoentjes los te trekken.
  Ik vraag aan de man waarom hij zijn deur niet ingesmeerd heeft en krijg een wat schuw antwoord. 
  “Nou, wij hebben onze vragen wel over deze opdracht. Wij willen niet al te progressief overkomen en vinden dat bloed aan de deur wel wat overdreven. Waarom iedereen uitdagen met zo’n ritueel. Voor ons is het allemaal misschien wel normaal, maar voor een ander niet. Wij hebben het lam geslacht en zullen het in één keer opeten, maar dat bloed hebben we hierbinnen gesmeerd. Kijkt u maar in de keuken. Vind u het ook niet wat minder provocerend dan aan de buitendeur? Ik neem aan dat het wel duidelijk is dat ook wij joden zijn. Wij hebben het bloed ook gesmeerd. We hopen op een goede afloop.”

  We bedanken het gezin hartelijk voor hun commentaar en gaan op zoek naar een volgend gezin. Dat is al snel gevonden, want bij de buren zit wel een laagje bloed op de posten. Zo’n tegenstelling doet het altijd goed in het artikel. 
  Ook hier worden we binnengelaten en ook hier moet de camera uit. Er heerst een sombere sfeer in het huis. De vrouwen zijn druk bezig in de keuken en net als bij de buren wordt er ingepakt voor een reis. In de hoek van de kamer zit de oudste zoon in zijn jas ineengedoken. Ik vraag waarom hij daar zo zit.
  “Meneer ik knijp hem als een oude dief. Wij hebben het bloed aan de deur gesmeerd, maar ik heb er allemaal niet zo veel vertrouwen in. Wie kan mij vertellen of dit niet mijn laatste avond is. Misschien ben ik morgen wel hartstikke dood. Ik wil helemaal nog niet dood. Wilt u alstublieft onze naam niet vermelden in uw artikel, ik schaam me kapot voor mijn klasgenoten. Ik hoop dat het uiteindelijk allemaal goed afloopt en we morgenochtend op pad kunnen. Dat heeft onze God via Mozes aan ons beloofd en daar hopen we dan maar op.”

  We lopen weer op straat en zien bij een huis de rookwolken boven de dakpannen uitslaan. De posten zijn moddervet ingesmeerd. Interessant. We bellen aan, maar er wordt niet opengedaan. Onze nieuwsgierigheid is dusdanig gewekt dat we via de brandgang naar de betreffende tuin zoeken. Nou, dat is niet zo moeilijk. Het geluid van de feestende groep is van verre te herkennen.
   We lopen de tuin in en worden verwelkomd door de bewoners. Verschillende barbecue’s staan in het gras en het vlees ligt te roosteren. Slingers zijn opgehangen en de familie viert uitbundig feest. Koffers staan ingepakt bij de achterdeur. Kinderen rennen uitgelaten achter elkaar aan. De oudste zoon zit met een heerlijk bordje vlees op zijn schoot smakelijk te eten. Dit tafereel hadden we niet verwacht na onze vorige interviews. 
  “Zeg jongeman, je zit er wel héél relaxed bij. Geen bibbers voor wat er komen gaat?” 
  “Nee echt niet! Onze God heeft beloofd dat we gespaard zouden worden als we het bloed aan de post zouden smeren. We eten het vlees van het geslachte lam en we zijn klaar voor vertrek. Als God ons vertelt dat we niet bang hoeven te zijn, dan zijn we dat niet. We feesten, omdat onze tijd hier in slavernij voorbij is. We mogen morgenochtend in vrijheid vertrekken. Leve het volk, leve Mozes en geloofd zij onze God. De regering heeft allen kansen gehad om ons zonder toestanden te laten gaan. Hoe dan ook, morgen vertrekken we. Hij zwaait met zijn hand en kijkt uitgelaten in de camera.”

  Nou, het is duidelijk. De joden denken daadwerkelijk dat er iets te gebeuren staat. Ik kan me daar niet zoveel bij voorstellen, maar het geeft je toch te denken. Vooral bij dat laatste gezin. Ik word er een beetje eng van. Je zo op durven stellen in dit land, waar ze toch een etnische minderheid vormen. Een laagbetaalde groep die uiteindelijk niet kan worden gemist. Als de geheime politie dit ter ore komt kan het nog weleens slecht men hen aflopen.

We zoeken zo graag een uitweg in alternatieven. Als we ons daadwerkelijk bewust zijn van de kracht van onze Heer hebben we dat niet nodig. 
Gedenk Pesach. Vier Pasen. Beleef de Genade.



zaterdag 9 maart 2013

tweeling


BESTAAT GOD ECHT?

Een tweeling zit nog voor de geboorte in moeders buik. Vraagt de eerste: "Geloof jij in het leven na de geboorte?"
"Natuurlijk" zegt de tweede, "er moet wat zijn. Misschien is ons bestaan hier slechts een voorbereiding op het leven na de geboorte".

"Flauwekul! Er is geen leven na de geboorte. Hoe zal dat er dan uitzien?"
"Ik weet het niet precies, maar ik stel me veel licht voor en wij zullen lopen met eigen voeten en eten met de eigen mond……"
"Lariekoek:zelf lopen en zelf eten!Voor het lopen is hier geen plek en voor het eten hebben we de navelstreng. Er is geen leven na de geboorte!"

"De navelstreng is wel heel kort! Dat kan toch niet alles zijn! Ik ben er van overtuigd dat na de geboorte iets heel nieuws begint, iets dat wij gewoon nog niet kennen".
"Maar er is nog niemand teruggekeerd na de geboorte. Het leven eindigt hier in deze smalle omgeving."

"Nou ik weet misschien nog niet helemaal hoe het leven na de geboorte eruit gaat zien. maar in elk geval zullen we onze moeder ontmoeten en ze zal voor ons zorgen".
"Moeder ! Jij gelooft in moeder? En waar is –volgens jou- moeder?"
"Overal om ons heen natuurlijk. Zonder haar zullen wij er niet zijn."

"Ik geloof er niets van! Ik heb nog nooit een moeder gezien, dus bestaat ze niet!"

"Misschien is ze niet te zien, maar af en toe, als wij helemaal stil zijn, kan ik haar horen zingen en ik voel haar hand over onze wereld strelen. Weet je, volgens mij begint het leven toch pas na de geboorte".



woensdag 6 maart 2013

voetstoots

middeleeuwse markt
Iets voetstoots aannemen. Wat betekent dat eigenlijk. Natuurlijk we weten wat het betekent. We gebruiken het regelmatig, maar waar komt het vandaan.

Ik heb van de Sint een cadeau gekregen. De taal scheurkalender. Elke dag een dingetje over taal. Hoe je een bepaald woord gebruikt, of waar een woord oorspronkelijk vandaan komt, enzovoorts. Van alles en nog wat komt aan bod. Zo op maandag 25 februari onder de rubriek gezegden, dit zo bekende woordje ‘voetstoots’.

Het blijkt een handelsuitdrukking te zijn. Vroeger stalden de kooplui hun waar, en zeker de wat grotere partijen, op de grond uit. Daar stond dan een stapel kisten met groenten of textiel. De koper kon maar een gedeelte van de koopwaar zien, maar met een stoot van de voet tegen de partij gaf hij aan de gehele partij op te kopen. Dit was natuurlijk wel een gok, maar hij gaf voetstoots aan dat de koopman te vertrouwen was.

Tegenwoordig heeft het woord nogal een negatieve klank. Je bent goedgelovig. Je denkt niet genoeg na. Je bent een sulletje. Je gaat de teil in, want je hebt het zomaar voetstoots aangenomen.

En toch....van ons mensen wordt verwacht dat we voetstoots aannemen wat er in de Bijbel staat. Geloven als een kind.

Onderzoekt alle dingen, maar behoud het goede. Pluis die Bijbel uit. Lees hem zorgvuldig, keer hem om, maar als je de Genade niet voetstoots aanneemt, zal de ‘partij’ slechts bestaan uit een verzameling mooie verhalen en een hoop onzin. 

Neem de goederen aan. Zoek de woorden uit. Behoud het goede en de winst zal ongelofelijk zijn.


bijbeltje van mijn moeder en wat oude bijbeltjes

woensdag 6 februari 2013

Offer? Offer!!

  Eens kwam er een ouderling genaamd Van Eerden op huisbezoek bij een boer. De boer Hannes had de boerderij overgenomen van zijn ouders. Hij was nooit getrouwd en niet direct het helderste licht van de gemeente. Al pratende kwamen ze op het bidden en danken voor de goede oogst.
  “Ja,” zei Hannes, “ik bid altijd voor een goede groei.” 
  “En voor de oogst”, zei de ouderling, “dánk je daar ook voor.”
  “Jazeker,” zei Hannes “Het hele jaar door dank ik de Heer voor de oogst.”
  “Het hele jaar door, hoe bedoel je dat?”
   “Nou”, zei Hannes, “Ik zet elke avond een bakje melk neer voor de Heer bij de achterdeur.”
  “Een bakje melk voor de Heer, wat moet hij daar nou mee.”
  “Ik zou het niet weten”, zei Hannes, “maar het is elke ochtend leeg, dus de Heer drinkt het toch iedere nacht op.”
  De ouderling kijkt Hannes verbaasd aan. 
  “Hannes, dat doet de Heer niet hoor, dat doet vast een of ander dier.”
  Hannes gelooft er niets van.
  De ouderling zegt, “Hannes je moet eens een nachtje op wacht gaan zitten en kijken of de Heer langs komt.” 
  
  De boer neemt de uitdaging aan.
  
  De volgende nacht zet hij zijn bakje met melk zoals gewoonlijk buiten, en sluipt via de voordeur de tuin in. Hij zit achter een heggetje en is eigenlijk best een beetje bang. Zit hij hier achter in zijn eigen tuin verstopt te wachten op wat er gaat gebeuren. Hij trekt zijn jas vaster om zich heen en hoopt dat de Heer snel komt,want dan kan hij lekker naar bed. Hij dommelt weg. Langzaam zakken zijn ogen dicht, en dan ineens schrikt hij wakker van een geluid. Een vosje komt zijn tuin in en loopt rechtstreeks en zelfverzekerd naar het bakje melk. Slurpt het leeg, en trippelt de tuin weer uit. Hannes is geschokt, niet de Heer, maar een vosje neemt zijn offer weg. Teleurgesteld gaat hij zijn huis binnen, kruipt onder de wol en denkt, dat is de laatste keer dat je van mijn melk pikt.
 

 In diezelfde nacht verschijnt er een engel in de dromen van de ouderling. 
  “Meneer Van Eerden, wordt wakker.”
  Van Eerden schrikt op en ziet een engel naast zijn bed staan. Mevrouw Van Eerden slaapt gewoon door, die ziet of hoort niets. Het moet dus wel een engel zijn die alleen tot hem spreekt. Hij wrijft zich de ogen uit en knippert, en ja, er staat echt een engel. 
  “Meneer Van Eerden u bent gister avond op huisbezoek geweest bij Hannes.” 
  Van Eerden knikt, dat kan hij alleen maar beamen. Beduusd kijkt hij de engel aan.
  “Maar meneer Van Eerden, waarom hebt u Hannes zijn offer afgenomen.”
  Van Eerden snapt er niets meer van. Waar heeft die engel het nu over, waar wil hij heen met deze vraag.
  “Offer, offer, waar heb je het over?”
  “Nou, dat bakje melk.”
  De ogen van Van Eerden worden zo groot als schoteltjes en verontwaardigd sputtert hij: “Het is toch zo. Het is vast een dier dat die melk elke avond opdrinkt.”
  “Natuurlijk is dat zo,” zei de engel. “Toch had je Hannes dit niet af mogen nemen. Elke avond, al jaren onafgebroken, was dit een teken van de dankbaarheid van Hannes die hij de Heer wilde tonen, en u hebt dit afgenomen. En het is dubbel jammer, Hannes offert niet meer. Geen geen bakje melk meer. En het vosje had er zo’n heerlijk maaltje aan.”

Moraal van dit verhaal. Luister naar mensen, en veroordeel ze niet. Onze Heer heeft met een ieder van ons een uniek contact.



maandag 4 februari 2013

Leuven


Onze dochter moest voor een tentamen naar Leuven. Het is een leuke stad en het leek ons gezellig om er gezamenlijk naar toe rijden. Zij kon dan haar tentamen 
gaan maken, en wij gezellig de stad in.

Zo gezegd, zo gedaan. Na dochterlief te hebben afgezet bij de ETF (Evangelische Theologische Faculteit) legden wij de laatste kilometertjes af naar de stad. We parkeerden de auto en liepen het centrum in. Dat was nog wel even zoeken, maar uiteindelijk hadden we de goede richting te pakken. 

Wat een leuke stad is Leuven. Het centrum is niet zo groot. Eenmaal op ‘het’ plein worden we omgeven door de historie. Het ene oude gebouw na het andere komt in je blikveld. Echt een aanrader om eens een daagje naar toe te gaan.



Het weer was somber en de wind ijzig koud. Na verloop van tijd piepte de zon tussen de wolken door. De stralen vielen dan zomaar ineens op een gebouw, dat verder geheel in de schaduw gehuld was.









We kregen trek in koffie en stapten een gelegenheid binnen. Lekker gebak erbij. Ja, dat hadden ze. De Belgen zijn toch wel echte bourgondiërs, dat bewezen de bordjes die wij voorgeschoteld kregen. Warm appelgebak met slagroom en twéé bollen ijs. Echt verrukkelijk.







Er was markt en de bossen met tulpen lagen gestapeld op tafels. Een keur aan kleuren staarde ons aan.





Kortom, een leuke dag en een dochter die nog twee weken moet wachten eer ze de uitslag van dit tentamen binnen krijgt.