maandag 12 oktober 2015

schrijfcursusje...


 
 
             Een sprintje schrijven. Het is niet de eerste keer dat ik dat doe. Al diverse malen heb ik die opdracht gekregen. Telkens opnieuw begin ik dan maar weer te schrijven. Eigenlijk zonder enig doel dan het volschrijven van een A-4tje, zoals ook in dit geval. Letters verschijnen op het lege digitale velletje en dansen door tot het velletje vol is.

             Het zonnetje schijnt en ik kijk af toe verlangend naar buiten. Op het tafeltje op het terras ligt een boek. Het ligt daar in de zon en helemaal klaar om opengeslagen te worden. Deze week zomeren we lekker na en wat is er dan fijner aan huisvrouw zijn dan uitgebreid te genieten van de vrijheid die je hebt.

Maar ja, deze huisvrouw moet weer zo nodig aan de gang. Cursusje doen. Cursusje schrijven. Dus schrijven dan maar. Ik heb al weer enige tekst gelezen over het fenomeen schrijven. Schrijven moet je vooral doen omdat je het leuk vindt. Er in eerste instantie niet op uit zijn om andere mensen te plezieren. Je eigen stijl ontwikkelen. Kijken wat je het beste ligt. Wat het makkelijkst van je pen of toetsenbord vloeit. Er ontstaat vanzelf publiek. Mensen die waarderen wat je schrijft en je daardoor stimuleren. Soms is het nodig dat je er op enig moment aan gaat sleutelen, maar vooralsnog laat je de woorden komen. Vang ze op en leg ze vast.

Schrijven doe je vooral met je gedachten. Als ik over de dijk loop schieten er allerlei zinnen door mijn hoofd. Halve gedichten liggen in de berm van het smalle asfaltpaadje. Weg gedruppeld, want vaak weet ik de zinnen niet meer of zijn ze uit balans.

Volgens mijn zoon wordt het daarom tijd dat ik een smartphone koop. Terwijl ik dan loop te dromen op de dijk kan ik direct de woorden en zinnen die bij me opkomen inspreken op die telefoon. Dat lijkt me inderdaad geen slecht idee. Ik heb zelf wel eens gedacht om met een notitieblokje de dijk op te gaan, maar daar heb ik dan pas erg in als het te laat is. Wie weet komt er dan toch nog een keer een smartphone in mijn bezit. Dan loop ik daar en gedraag me als een redenaar op een verplaatsbaar sinaasappelkistje.

Als ik het heb over inspiratie, dan doe ik daar langs de rivier de wildste ideeën op. Elke stap, elke blik, elke boeggolf van een schip dat voorbijvaart brengt me in andere sferen. Of dat nu interessant is voor een lezer dat laat ik in het midden. Toch lijkt het me heerlijk om de tijd en energie te steken in een verhaal. Een verhaal wat mensen boeit. Gedichten maken die aanspreken. En inderdaad, uiteindelijk wil je gewoon gelezen worden. Gezien worden. Het begint klein, het velletje en jij. Het eindigt met voldoening als mensen voelen wat jij voelde en zien wat jij zag.
 
 

vrijdag 10 januari 2014

goochelen

  Vroeger, toen ik nog kind was en dat is lang geleden, hadden we van het bedrijf waar mijn vader werkte een Sinterklaasfeest. In de kantine van de toenmalig florerende werf Verolme werd het gevierd. Het filmpje dat mijn ogen hebben opgenomen als kind speelt zich af voor mijn geestesoog. Slechts enkele malen opgenomen, maar helder speelt het zich af. 
  
  Je jas ging in de garderobe, waar zich ook toiletten en een grote ronde wasbak bevond. Dan moest je enkele trappen oplopen en kwam je in een zaal. Voorin was het podium en snel zocht je een plekje op één van de stoelen die in rijen waren opgesteld. Ik ging nooit vooraan. Veel te bang dat het oog van de Sint op mij zou vallen. Liever ergens tussenin. Onopvallend. Ik ben gelukkig nooit op het podium gevraagd. Nooit op de schoot van de Sint belandt. Later hoorde ik dat ouders hun kinderen op konden geven. Mijn moeder vond dit helemaal niets. De angst die je als kind zou kunnen ervaren als je naam zo zou klinken door de zaal vond zij geen goed idee. Het werd me bespaard, er werd over me gewaakt door een bezorgde moeder. 

  Er was dan ook altijd een act. Een clown of een goochelaar. Goochelen het intrigeerde me. En nog steeds. Ik zou wel assistent willen zijn bij zo’n act. Zo nieuwsgierig hoe dat zit? Assistent, zo’n pakje en dat het dan ook nog staat, en zo’n prachtige vloed aan haren. (Helaas ook illusie. Leven op sla en elke maand nieuwe extentions.)

  Laatst was er een intervieuw met Hans Klok op de televisie. Die acts van hem, die suspence acts. Het is allemaal illusie. Je weet het en toch intrigeert het. Het idee dat je als assistent alles weet werd tijdens dat gesprek echte illusie. Hans koopt die acts en past ze aan. Zet ze naar zijn hand. Gebruikt zijn eigen middelen en creativiteit en maakt het zo origineel. De assistent weet echter alleen het gedeelte wat voor haar van belang is. Zo ook de man van het licht, de decorbouwer, de geluidsman de...noem het maar op. Niemand van het gezelschap weet alles, behalve Hans. Het gevaar van uitlekken is te groot. En voor dat kleine deeltje wat voor hen van belang is, moeten ze ook nog eens tekenen. Een geheimhoudings contract.

  Zo is het met engelen natuurlijk niet. Zij hoeven niets te tekenen. Ze zijn op een bepaalde manier net zo onwetend als wij. Alleen wanneer ze hun stem moeten gebruiken, wanneer ze nodig zijn. Hetzij voor licht, hetzij voor geluid, hetzij voor timmerwerk, krijgen ze een beetje inzicht. 


  Engelen zijn dat wat ze zijn. Prachtig, maar slechts dienaren van de Hoogste God.





woensdag 23 oktober 2013

nieuw seizoen


We starten weer met een nieuw seizoen met de vrouwengespreksgroep.
Een klein groepje vrouwen dat zich gaat buigen over I Petrus.


Wat eten we vandaag?
Wat hebben we vorige week vrijdag gegeten?

Eten, het is belangrijk voor ons. Zonder eten hebben we geen leven. Iedereen weet dat je door het verbranden van je voedsel energie krijgt om te leven. Zonder verbranding, geen leven.

Eten, het is belangrijk voor ons en toch weten we vaak de andere dag al niet meer wat we hebben gegeten.

Eten, zo belangrijk en toch vaak een bijzaak.

Eten, lekker aan tafel met geliefden om je heen. Belangrijk eten. Duur eten, ja dan weten we het nog wel. 

Eten, tussendoor. Haastig en ongeduldig verslikken we ons en toch...

Eten, zo belangrijk. Zonder eten zouden we niet verder kunnen. Zonder de maaltijden van vorige week, vergeten en verwerkt, zouden we vandaag niet functioneren.


De Bijbel, het woord van God.
De Bijbel, God spreekt tot ons, maar.....

We voelen niets. Het glijdt zomaar langs ons heen.

De Bijbel, stilletjes voor onszelf. Waar ging het ook alweer over. God spreekt, maar er klinkt niets in mijn oren.

Nutteloos, snel tussendoor. Bijbel dicht, verder met het leven.

De Bijbel, het woord van God verdwijnt soms als een bijzaak tussen onze dagelijkse beslommeringen.

Toch moeten we eten.

Toch moeten we ons voeden.

Als we er zijn, krijgen we daar de kracht voor. Kracht die we hebben geput uit het voedsel van de week ervoor. Voedsel waar we de naam niet meer van weten. Wat hebben we vrijdag ook alweer op???? Toch was dit voedsel nodig om te presteren, ook een week erna.
Het Woord, zo belangrijk. Zonder dat woord, dat we vorige week vluchtig hebben gelezen, zouden we vandaag niet functioneren.

Zonder voedsel geen leven. Zonder Gods woord geen warmte.

De christendoorn. Een plantje getooid met doornen, werd in bijbelse tijden gebruikt om de wijngaarden en akkers te beschermen tegen dieren. Het is een woestijnplant en zodoende is ie niet stuk te krijgen. Geef je hem een tijdje geen water? Het deert hem niet. Hij wordt er niet mooier op zonder verzorging, maar pak je de draad weer op, dan verrast hij je met zijn pittige oranje-rode bloemetjes. Wat overigens geen bloemen zijn, maar schutblaadjes.

Een plant heeft verzorging nodig om tot volle wasdom en bloei te komen. Elke week een scheutje. Soms in geen weken verschil te zien en dan ineens is daar een knop. Het resultaat van gewoon blijven gieten.

Elk willekeurige plantje zou voor dit doel kunnen worden gegeven, maar deze draagt de toepasselijke naam ‘christendoorn’ en zal je daarom telkens herinneren aan de voeding die je tot je dient te nemen. Letterlijk en figuurlijk.


Het goed onderhouden van je bloemenpracht zal je rijkdom geven. 

Eten en blijven eten. Lezen en blijven lezen.


Het Woord. Soms lijkt het zo zinloos. Vaak doet het ons niets. Een boek met verhalen die over anderen gaan. God bemoeit zich met iedereen, behalve met mij... waar bent U....? Hij voedt ons ongemerkt. Brok voor brok stopt hij in onze monden. Vult ons, zodat we door kunnen. 


Het studieboekje.....een boekje....vol recepten. Proef ze vooraf. Lees ze door. Maal erover. Wanneer we dan in de groep zitten kunnen we vergelijken. Proeven van elkaars bevindingen. Een tafel vol voedsel.

Zo kunnen we de reis aanvaarden. Een nieuw seizoen in.


(De kringleden van dit seizoen krijgen een christendoorn.)

Dit plantje krijg je....maar mocht hij het seizoen niet overleven dan eis ik compensatie.

De tafel met in folie verpakte plantjes

zaterdag 10 augustus 2013

zomer


En dan is het zomer. Eindelijk mogen we gaan genieten van een zee aan vrije tijd. Dit jaar geen verre reis. Geen kilometers over het asfalt, maar gewoon in Zeeland op onze eigen zeilboot. Het is een oudje, voor de kenners een Westerly Centaur uit 1974, maar hij doet het nog goed. 

Zeeland. We varen vanaf 1994 over het geliefde water van deze provincie. Woensdag was een zeildag bij uitstek. We voeren vanuit Kortgene aan het Veerse Meer, de sluis door en belanden op de Oosterschelde. Kenmerkend voor deze sluis zijn de 3 tweeonderéénkap woningen. De zon scheen helder. Prachtige ‘mooi weer’ wolkjes tekenden wit tegen het helderblauw. Dat zijn de mooiste momenten van een zeilvakantie. Een strak windje doet ons de zeilen snel hijsen. Motor uit, en rust. Slechts het geluid van de wind en het opspattende water beroerd onze oren. Het licht is zo mooi, het is zo helder, ik moet plaatjes schieten.

Op mijn rug op het dek, op de voorplecht. Genieten in de ware zin van het woord. Niets is nodig. Enkel en alleen het licht, van onze Schepper gekregen, om je heen. De Schepping op z’n mooist. Een gevoel van genade die je krijgt in één oogopslag.


bascule brug / sluis Veerse meer




liggend op het dek

de zon straalt






Gewoon héél véél blauw

kikker van de fokkeschoot

de fokkeschootlier.....

voeten en foto....made bij dochterlief

de sluis gaat open....alle zeiltjes worden direct gehesen

varend door het Havenkanaal van Goesche Sas naar Goes
twee zeilmasten in perfect perspectief met de zendmast

maandag 22 juli 2013

rode tassen



Daar gingen we dan. Op kledingjacht voor zoonlief. Gevieren, zoon, schoondochter, dochter en ik zei de gek. Manlief had andere bezigheden. Nou, de dames zouden dat varkentje wel eens even wassen.

De eerste de beste trendy kledingwinkel werd aangedaan. Er is overal volop ‘sale’. De koopjes vliegen om je oren. Ook bij zoonlief, die zich in het zweet werkte in de kleedkamer, vloog van alles om zijn oren. Drie vrouwen die naarstig door de rekken gingen  en een ‘gewillige’ man achter het gordijn. Oh, wat hadden wij een pret. Of dat ook voor zoon gold, ach dat deed er niet zoveel toe. De rekening werd betaald door het slachtoffer en uiteindelijk verlaten wij het pand met twee volle ‘rode’ tassen met shirts, overhemden, lange en korte broeken. Lopend naar de uitgang valt mijn oog op een prachtige top. Even passen over mijn hemdje heen en ook ik ben een kledingstuk rijker.

Inmiddels rammelen de magen en schuiven we aan in een pittoresk pannenkoeken restaurantje in het centrum van de stad. We bespreken de aankopen en onder het genot van een heerlijk baksel prijzen wij ons gevieren gelukkig met de praktische en leuke aanwinsten. Verzadigd verlaten we de eetgelegenheid om nog wat na te shoppen.

Ik draag mijn kleine tasje van de kledingzaak en drop deze bij één van de grote tassen. Zo, heb ik lekker mijn handen vrij. Bij een sportzaak koop ik duikbrilletjes voor manlief en mijzelf. We zwemmen tegenwoordig elke week trouw baantjes en vooral ik heb veel last van het chloorwater. Ik krijg een prachtige ‘rode’ tas. Schoondochter koopt een zonnebril en we verlaten het pand. Op naar de volgende winkel. Er worden nog schoenen gekocht en uiteindelijk doen we nog een boekenwinkel aan, waar schoondochter een paar leuke voordelige kookboekjes aanschaft.

We hebben het wel weer gehad met het ‘statten’ en zetten koers naar de parkeergarage. Schoondochter checkt in gedachten nog even de ‘tassenbende’. Twee rode tassen en twee witte tassen. Compleet. Zoon en schoondochter zetten we thuis af en dochter en ik rijden naar huis. 

Manlief is inmiddels terug van zijn bezigheden en ik wil hem mijn nieuwe aanwinst showen. Helaas, die zit in de tas bij schoondochter. Dan laat ik mijn slimme aankoop zien. Duikbrilletjes, goed hè. Aangezien we toch gaan barbecuen bij onze zoon zal hij straks mijn supertopje wel zien.

Helaas, bij aankomst blijkt dat de tas onvindbaar is. Zoon en schoondochter keren het huis, maar nergens is de tas te vinden. We zijn ten einde raad. Er zit uiteindelijk voor een klein kapitaaltje aan kleding in de rode rakker. Hoe kan dat nou. Er waren toch twee rode tassen? Ja, maar het hadden er drie moeten zijn. Twee kleding en één met brilletjes. Waar is hij blijven staan. Hoe gaat dit goed komen.

We kunnen er even niets aan doen en gaan heerlijk barbecuen. Schoondochter heeft haar best gedaan. Lekker vlees, stokbrood, salade en sangria met vruchtjes waar mijn hoofd van ging zweven.

Een lange zondag breekt aan. We kunnen niet bellen naar de zaak waar we denken dat het systeem in het honderd is gelopen. Schoondochter slaapt er slecht van en zodoende zoon ook. Een tobbende vrouw in bed is geen pretje. Gelukkig wordt het uiteindelijk gewoon maandag en al snel heb ik het eerste sms je. Hoe zouden we zonder kunnen.
Schoondochter: ‘JJJeeeehh de tas lag nog bij de Perry’ / Zoon: ‘Kleding gevonden!!!!!’ / Zoon: ‘Bij de Perry’. Wat waren die twee blij. 
En ik? Ach ik zat er niet zo mee. We waren gezond weer thuis, hebben heerlijk gebarbecued. Ik overleef het verlies van een kledingtasje wel, maar zo’n gezellig weekend met ‘het spul’ is uiteindelijk onbetaalbaar.


woensdag 19 juni 2013

koeien...!!??



twee onbekende dames..

Om de twee weken op woensdagmorgen komen wij als groepje vrouwen bij elkaar. Aan de hand van een boekje, elk seizoen een ander, verkennen wij de Bijbel. Geen onderwerp wordt geschuwd. Geen brug te ver, geen berg te hoog. Zo goed als alles kan ter discussie worden gebracht. Dan is het seizoen ten einde. Nog éénmaal komen we bij elkaar, meestal in juni, en doen iets héél anders.

We vertrekken vanuit de woning van een deelneemster en we hebben een kleine inleiding...

Lezen:
Deuteronomium 6:1-3

Haasten, haasten vlug het fietsje uit de schuur
Op naar het werk, wat is het toch guur
Rugje gebogen tegen de wind
Het weer in de polder is ons niet altijd goed gezind
Drijfnat op je bestemming komen
Leef ik wel in het land van mijn dromen?

                          .....

Zon straalt uit een blauwe koepel
Zoevend glijdt mijn fiets héél soepel
Koeien liggen te herkauwen in het gras
Dan voel ik me in mijn sas
Dit is onze polder, ons thuis, gekregen van de Hoogste Koning
Wij mogen genieten van dit land, overvloeiende van melk en honing

Koeien, tekens van onze overvloed
Is het sleutelwoord wat je onthouden moet.....


De dames weten nog niet wat hen te wachten staat. We komen aan bij het restaurant waar de activiteit wordt verzorgd en bij binnenkomst is het duidelijk wat de ochtend ons gaat brengen...koeschilderen!

Eerst een ‘koppie koffie’ met een appelpunt, en daarna mogen we plaatsnemen aan een tafel die reeds gedekt is met de benodigde koeien. Kaal en ongeroerd staan ze erbij. Kwasten en verf wachten op actie. Er wordt héél wat afgegiebeld, maar langzaam maar zeker wordt het stiller. Ieder buigt zich met overgave over haar koe en kleuren komen tot leven op de papieren herkauwers.

De één doet bloemen, de ander vlakken. Ik tracht de polder vast te leggen. Het stralende blauw in de kleine sloten. Het groen van de weilanden en de karakteristieke knotwilgen. Het is me uiteindelijk best wel gelukt. Wanneer iedereen klaar is met haar meesterwerk tijgen we terug naar de woning van Rita. Ze heeft een overweldigende lunch voor ons bereid. Aardappelsalade, hartige flapjes uit de oven, broodjes met allerlei beleg, soep en heerlijk fruit. We babbelen nog wat na en dan zit de ochtend er op. Het was super.

Dus, doe eens wat anders met je gespreksgroep, broeders en zusters, familie, vrienden. Zo’n workshop is echt aan te bevelen.

En dan nog de koeien....


Daar zitten we dan



De koeien

Nog meer koeien

koe van Rita....

koe van mij....

koe van Tineke

maandag 3 juni 2013

kroket met friet


Een kennis van mij was met haar kleinzoon in de kerk. Het Heilig Avondmaal werd gevierd en de jongen, die niet christelijk wordt opgevoed, vroeg wat dit betekende. Zij vond dit lastig uit te leggen. Naar aanleiding hiervan heb ik het volgende verhaal geschreven.

  Joris, Seth en Maarten. Drie gezworen vrienden. Ze deden van alles met elkaar. Vooral reizen. Ze trokken door de hele wereld. Soms gingen ze naar de bergen. Soms naar een rivier en soms doken ze de bossen in of liepen op het groene gras. 

  Het dorp waar ze woonden was niet zo groot, maar voor hen was het de hele wereld. Aan de rand van het dorp werd een nieuwe wijk gebouwd en de zandhopen waren hun bergen. Je kon ze beklimmen. Je kon er vanaf rennen en het gevoel hebben dat je vloog. Achter de dijk stroomde de rivier, waarop schepen uit alle windstreken langs gleden en hun lading naar verre oorden brachten. En als je een klein stukje tussen de huizen door fietste kwam je uit op een weggetje dat tussen de weilanden door eindigde in een bos. 

  Ze beleefden veel avonturen. Ze speelden bij de rivier en fantaseerden dat ze de grootste vissen vingen. Zo groot, dat je het niet eens aan kon wijzen hoe groot, want zover konden je armen niet uit elkaar. Dan moesten ze natuurlijk een vuurtje stoken in het riet om de vissen op te kunnen bakken. Dat leek wel het belangrijkste. Eerst een vuurtje en dan op vissenjacht. Jammer dat dan net de politie langs reed. Een agent met zijn pet in de hand kwam dan de dijk af dalen. “Hė jongens, uit dat vuurtje.” Ja, als je ze niet kan bakken, is er ook geen lol aan om ze te vangen. 

  Een andere dag gingen ze naar een weiland. Ze hadden een vlot gemaakt dat verscholen onder de takken van een treurwilg in de sloot lag. Ze staken met het vlot de sloot over en liepen naar de koeien die daar stonden. Dat was super spannend. De koeien veranderde in wildebeesten. Dit zijn woeste kudden dieren volgens Seth. Hij had dat al eens gezien op televisie in een natuurfilm. Soms kwam er ėėn of meerdere koeien achter je aan. Dan moest je rennen voor je leven. 

  Tenslotte gingen ze aan het eind van de middag naar de bossen. Liefst in de winter. Ze trapten vol spanning de trappertjes rond van hun fietsjes en terwijl het dan al een beetje donker werd liepen ze tussen de bomen door. Dat was best wel griezelig, maar gelukkig was Maarten niet zo bang. Hij zei, dat God er altijd bij was. En God, die zou er wel voor zorgen dat ze weer thuis zouden komen. Seth en Joris deden het bijna in hun broek, maar Maarten was best wel stoer. Je kon wel zien dat hij het ook eng vond, maar hij raakte nooit in paniek. Nou, Seth en Joris wel hoor. Als er soms een raar geluid klonk, dan gingen ze achter een boom zitten en maakte zich zo klein mogelijk. Maarten was gewoon te nieuwsgierig om zomaar weg te kruipen, hij deed wel heel voorzichtig, maar ging toch op onderzoek uit. En meestal was het dan ook niks. 

  Joris, Seth en Maarten, altijd bij elkaar, altijd op reis, van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat. En als ze naar school moesten, de hele middag tot aan het avondeten. Zodra de klok van de grote kerk 6 keer zijn klinkende slagen liet horen, was de pret voorbij. Werden de motoren van hun fietsen gestart. Dan gingen ze alledrie naar hun eigen huis. 

  Eén keer in de week kregen ze zakgeld. Joris spaarde voor een videospelletje, Seth moest gewoon van zijn moeder de helft in zijn spaarpot doen. Maarten had eigenlijk niets om voor te sparen. Maarten was eigenlijk ziek. Dat kon je niet aan hem zien, maar hij had een ziekte. Seth en Joris wisten niet precies wat het was, iets met zijn nieren of zo. Hij kreeg altijd van tantes en omes leuke kadootjes. Maarten vond dus dat hij niet hoefde te sparen. Hij had eigenlijk maar één wens. Elke week opnieuw. 

  Hij was gek op kroketten. Door zijn ziekte moest hij eigelijk best opletten wat hij at, maar elke week ging hij van zijn zakgeld een kroket met friet eten. Samen met Joris en Seth ging hij dan naar het cafetaria en bestelde het krokettenmenu. Ze gingen er dan lekker voor zitten aan een tafeltje en aten de snack op. Als er dan iemand naar binnen keek, zou hij niet kunnen geloven, dat dit de drie wereldreizigers waren. Rustig en met smaak verorberde ze het heerlijke maaltje. Zo ging dat elke week. 

  Joris, Seth en Maarten werden steeds groter. Joris verhuisde naar een ander dorp. Seth kwam op een andere school terecht, en Maarten ..?

  Jaren en jaren later was er een reunie van de school waar de jongens alle drie op hadden gezeten. Joris en Seth gingen kijken. Toen iedereen langzaam vertrok bleven Joris en Seth nog een beetje praten. Het ging zomaar opeens weer over Maarten. Het was inmiddels duidelijk dat hij overleden was. Ze vonden het raar om zomaar weg te gaan, want het was net of er iets miste deze dag. Maarten was er natuurlijk niet. Maarten was bij God. Dat had hij altijd gezegd: "Ik ga naar God." Oké geen Maarten, maar samen bedachten ze wat anders. Ze gingen naar het cafetaria. Ze hoefden allebei niet te verzinnen wat ze zouden nemen. Even later zaten ze achter een bordje met het bekende recept. En bij elk hapje was het net of Maarten een beetje bij hen was. Ze besloten dit elk jaar te doen, zodat ze Maarten niet zouden vergeten. En eens, als Maarten gelijk had, zouden ze elkaar vast wel weer zien.