Onze reus is weg. Oké, hij was wel niet onze reus, maar hij voelde als onze reus.
Jaren stond hij bijna gecentraliseerd in ons buurtje in de achtertuin van een bejaarde man. De man is niet meer. Het huis is leeggehaald, maar zijn boom was er nog.
Wij weten nog dat hij kwam. Een steeltje van misschien een metertje hoog. Kleine takjes prijkten bovenin zijn stammetje. Maar kleine boompjes worden groot. Zijn stam torende rijkelijk voorbij onze daken. Zijn takken reikten ver over de grenzen van het smalle tuintje.
Vele generaties mussen hebben reeds gewoond in zijn takken. Duiven vonden er een goed heenkomen. Keken wij door ons achterraam, dan waanden wij ons in andere oorden. Een grote groene weelde was ons deel.
Maar de meningen over de boom waren verdeeld. Kijk, wij zaten aan de ‘loef’ zijde van de boom. Dat wil in dit geval zeggen, dat de schaduwen, die hij in steeds grotere mate wierp, ons niet deerden. De buurtbewoners die aan de ‘lij’ zijde van de boom woonden, zagen zijn groene weelde slechts als een zwarte vlek die hun zon liet verbleken. Het moge duidelijk zijn dat, nu zijn ‘plantvader’ is overleden, hij hem spoedig zou moeten gaan volgen. De geruchten gonsden al.
Ik hoor de gemotoriseerde zagen. Zij splijten de stilte en vernietigen de boom. Zijn trotse takken worden door de brandgang gesleept, richting..ja waarheen...waarschijnlijk het vuurpeloton. Een waardig einde voor deze houten rakker. Moge zijn takken nog éénmaal geborgenheid bieden. Moge hij branden in een gezellige huiskamer. Flikkerend opgaan in een warme gloed.
De tijd snelt voorbij. De takken van de boom overspannen 25 jaar. Een kwart eeuw geschiedenis sterft een beetje......
ashes to ashes, dust to dust!
voor de één een weemoedig afscheid...










