maandag 6 mei 2013

sparen


  Sparen, we doen het allemaal. We sparen voor de oude dag, via onze pensioenvoorzieningen. We sparen voor iets leuks, duurs, of praktisch...stel dat de wasmachine het begeeft.

  Laurens spaart ook. Elke week krijgt hij zakgeld van zijn moeder. Elke week 2 Euro. Hij vraagt dan of hij twee munten krijgt, twee munten van één Euro. Eentje om iets te kopen, en eentje om te sparen. 

  Van een WC rolletje heeft hij een spaarpot gemaakt. Hij heeft de boven en de onderkant dichtgeplakt en daarna heeft hij de rol met prachtig cadeau papier beplakt. In een folder vindt hij een plaatje van de doos van Lego die hij graag wil hebben. Het is een heel dure doos van wel bijna 100 Euro, maar hij is vastbesloten, die doos wordt van hem. Elke week gaat er weer een muntje in de spaarpot, die al aardig zwaar begint te worden, en elke week koopt hij een kleinigheidje van de andere euro. Soms wat snoep, en soms ook niets. 

  Als hij de etalage’s bekijkt van het winkelcentrum in het dorp, ziet hij bij de speelgoedwinkel een supergave voetbal. De bal is in de aanbieding en ziet er als echt uit. Als hij thuis komt, vraagt hij aan zijn moeder of hij de bal mag gaan kopen, maar moeder wil hem eerst eens even zien. Samen gaan ze naar het pleintje. Moeder vindt de bal toch best wel prijzig, en zegt dat Laurens nog een hele goed bal heeft. Jammerrrrr, denkt Laurens. 

  Als hij ‘s avonds in bed ligt denkt hij er nog eens over na. Hoeveel geld heeft hij eigenlijk nog in zijn portemonnaie zitten? Snel roets hij uit zijn bed en telt de muntjes. Hij komt maar tot de helft.....maar eh, wat zit er in zijn spaarpotje. De mooie doos is even vergeten en snel maakt hij de onderkant van de spaarpot open. De muntjes kletteren op zijn bureau. Het zijn er best wel veel, en ook een briefje plukt hij uit het rolletje. Van Oma gekregen voor zijn rapport. Dat is wel zonde om uit te geven, dus dat propt hij snel terug. Hij telt de muntjes en dan komt hij wel aan het bedrag. Wat er over blijft gaat terug in de spaarpot en Laurens plakt het bodempje weer dicht. Je ziet er niks meer van. 

  De andere dag gaat hij samen met moeder de bal kopen. Van zijn eigen spaargeld, dat wel, maar ergens in zijn achterhoofd voelt hij zich een beetje schuldig. Hoe moet het nu met die mooie Lego doos. Zou er nu wel genoeg geld zijn als het schooljaar straks echt voorbij is en zal Oma dan ook nog wat geld geven voor zijn eindrapport? Nou ja, hij heeft nu heel veel plezier van zijn supergave-echte voetbal en loopt glunderend op zijn vriendjes af en al snel gaat hij op in zijn spel.

  Het zijn de laatste dagen op school en de rapporten worden uitgedeeld. Laurens kan met gemak over en Oma doet weer een flinke duit in zijn spaarpotje. Samen met Moeder knipt hij de spaarpot open en samen tellen ze het geld. Het is niet genoeg.....Ondanks dat elke week een euro in het potje belande is het niet genoeg. Laurens trekt een lip en is teleurgesteld. Hij had zich zo verheugd op de zomervakantie en het in elkaar zetten van de auto en het spelen ermee. Had hij die voetbal nu maar niet gekocht. Had hij het potje maar dichtgehouden. Stom, stom...stóm.

  Moeder ziet de teleurstelling. Zij wist allang dat de spaarpot niet toereikend zou zijn.... zelfs met de extraatjes van Oma was het nog krap aan. Moeder pakt haar portemonnaie en legt nog wat munten bij de rijtjes die ze samen gemaakt hebben, en dan nog een briefje...

  Laurens kijkt op met een glimlach van oor tot oor. “Wauw!...dankjewel mam!”
En niemand was ooit zo blij met een doos van Lego.

Mattheüs 13:44.
Het Koninkrijk van de hemelen is net een schat die ergens in een stuk land ligt en door iemand wordt ontdekt. Die man stopt de schat vlug weer in de grond. Hij is zo blij dat hij alles wat hij heeft, verkoopt. Dan koopt hij het stuk land, met de schat erbij.

Laurens, dat zijn wij. We sparen en sparen, maar sparen we wel alles wat we sparen kunnen? Alles op alles zetten. Is het heil van ons af te zien?
Laurens, dat zijn wij. De moeder, dat is God.
Wanneer al onze spaarcentjes op tafel liggen, past God de rest erbij. In Jezus Christus wordt er niet geteld, er wordt een berg van genade over de tafel gestort.
Dat zouden wij uit moeten stralen.....mensen bevrijdt van zonden...mensen met het oog op de toekomst.....mensen wandelend in het levenslicht.



donderdag 4 april 2013

vissen


  Simon, Tomas, Natanaël, de zonen van Zebedeüs, en nog twee andere leerlingen waren bij het meer van Tiberias. Ze wisten zich geen raad met hun tijd. De één knabbelde op een strootje en de ander schreef met zijn vingers in het zand. De verveling sloeg toe. Ze hadden Jezus al een tijdje niet meer gezien. Was het allemaal wel echt gebeurt? Soms ging de fantasie met je op de loop. Het waren nog steeds zeer verwarrende tijden voor de leerlingen. 

  Petrus was de eerste die probeerde de normale draad weer op te pakken. “Ik ga vissen” . Kordaat kwam hij overeind en rekte zich uit. De rest ontwaakte uit de droomstaat en het klonk uit vele kelen tegelijk “Wij gaan mee”. 

  Een koele wind streek over de haven, en de bootjes waggelden op de milde golven. Lekker weertje om op stap te gaan. Ze stapten in de boot en voeren het meer op. Ze praatten wat met elkaar, en zoals dat bij goede vrienden gaat, was het ook vaak gewoon stil. Als je mekaar goed kent, zijn woorden soms overbodig, maar ondanks de gunstige omstandigheden, vakmanschap, en goed op elkaar ingesteld zijn was er tegen de ochtend nog geen visje in hun netten beland. 

  Geluid over water draagt. Daarom horen ze de man op het strandje roepen...”Hebben jullie iets te eten?”. Hallo, hebben jullie iets te eten...”Nee”, klinkt het teleurgesteld. Is wel balen hoor. Goed, ze deden het voor tijdverdrijf, maar een beetje vangst had toch wel leuk geweest. “Gooi dat net dan eens over stuurboord” klinkt het uit de verte. Dat slaat eigenlijk nergens op...maar ze leveren toch geen commentaar en gooien het net de andere kant op. Al snel zit er zoveel in dat ze het niet meer aan boord kunnen trekken, zo zwaar is het.

  Eén van de leerlingen, waarschijnlijk Johannes, herkent de Heer en zegt het tegen Petrus. Die schort zijn bovenkleed op, het enige dat hij aan heeft, en springt in het water. Dat heeft hij al meer gedaan. In de storm toen Jezus naar hen toe kwam lopen over het water. Petrus is in die dagen impulsief. Op sommige momenten is hij zo vol hartstocht overtuigt van de Heer, dat hij niet te houden is. De rest lacht er een beetje om en volgt met de boot. 

  Jezus heeft al een vuurtje gebouwd, met een vis er reeds op. Ook van de andere vis wordt gebakken. Simon Petrus helpt even mee met dat netje. Zal een dolle boel geweest zijn. Lachen, gieren, brullen. Een stelletje uitgelaten mannen, die hun leider weer in het vizier hebben. Ze wisten het niet helemaal zeker, was het werkelijk Jezus, maar durfden het niet te vragen. 

  Petrus zit opgetogen in het zand, en juist tegen hem begint Jezus te praten. De drie vragen die wij allen zo goed kennen.
“Simon, zoon van Johannes, heb je mij lief, meer dan de andere hier?”/ “Ja, Heer, u weet dat ik van u houd!”/”Weid mijn lammeren.”
“Simon, zoon van Johannes, heb je mij lief?”/”Ja, Heer, u weet dat ik van u houd!”/”Hoed mijn schapen.”
“Simon, zoon van Johannes, houd je van me?”/”Heer, u weet alles, u weet toch dat ik van u houd!”/”Weid mijn schapen.”

  Ze hebben allemaal nog een lange weg te gaan. Staan aan het begin van het begin van de verspreiding van het evangelie. Hebben geen flauw idee wat hen te wachten staat. Maar dit is hun moment. In hun vertrouwde omgeving, met vrienden bij het water, zand tussen hun tenen, en een goede maaltijd op een vuurtje. De zon komt op en verdrijft de koelte met haar levengevende stralen. En terwijl het vet langs hun kinnen druipt, en hun maag gevuld wordt, stopt Jezus hun “rugzakje” vol. 

  Wanneer wij ons soms ontmoedigd voelen, en het net telkens tevergeefs wordt uitgegooid, wordt het tijd te letten op de voorstellen die vanuit een ander perspectief worden gegeven. We moeten er wel voor zorgen dat we dicht bij het vuur blijven zitten, de Bijbel, want het verspreiden van Zijn boodschap moet ten alle tijden onze hoogste prioriteit hebben.



woensdag 27 maart 2013

pasen




Matteüs 26:36-46
Mijn Vader, indien mogelijk...
Midden in de donkre nacht
Heeft de Heer getracht
Met zijn Vader te onderhandelen
Het lijden indien mogelijk te veranderen
Maar gehoorzaamde en kreeg kracht

Om het leed te dragen
Zonder verder te vragen
Want er was geen andere mogelijkheid
Voor de verloren menselijkheid
De poten onder Satans stoel te zagen

Met een kruis op zijn rug gebonden
Dragend al die zonden
Zo liet de Heer zich gebieden
En Gods vrijspraak aan mensen kon geschieden
Gekruisigd werd de donkre nacht bedwongen

Gaan wij achter Jezus aan
De blik op het kruis voortaan
Dan mogen wij leven in het licht
Met een prachtig toekomstgezicht
En gereinigd voor Gods troon staan







maandag 25 maart 2013

goede vrijdag

Iemand van de studentenvereniging van onze dochter heeft deze strip op facebook geplaatst. 
Ik vind hem best wel heftig. 
Hoe dan ook de strekking is wel heel erg waar. 





En dat is het dus ook....een Goede Vrijdag!


zondag 17 maart 2013

pesach


 Exodus 12: 1-13.

(Dit is een verhaal naar aanleiding van een anekdote die ik vele jaren geleden hoorde en nu op mijn eigen manier mag verwoorden.)

  Het is maart en in deze maand gebeuren er 'dingen' in de joodse wijk. Iedereen heeft al een lam aangeschaft, sommigen een geit. Maakt niet uit als het maar wel bokken zijn en ongeveer 1 jaar oud. Het gerucht gaat dat men deze nu gaat slachten en het bloed ervan aan de deurposten gaat smeren. Ik en mijn cameraman krijgen van onze redacteur de opdracht om een aantal gezinnen te gaan interviewen. Samen gaan we op pad.

  De avond valt wanneer we de wijk bereiken. Alle deurposten zijn inmiddels gekleurd door het bloed van de dieren, sommige zijn nog bezig met het smeren. Hier en daar kunnen we naar binnen kijken en zien we de joden met jassen aan door de kamer heen lopen met etenswaren. De geur van geroosterd vlees komt je in elke straat tegemoet.

  Hè, daar zien we een deur die nog niet gekleurd is. Ik druk op de bel en na even wachten zwaait de deur open.
  “Goedenavond, wij zijn van ‘Het oog op Egypte’ mogen wij u wat vragen stellen?”
  “Ja hoor, komt u even binnen, dat praat wat makkelijker, maar ik moet u wel vragen de camera uit te doen, we willen onze gezichten niet op de TV hebben.”
  We lopen naar binnen en sluiten de deur achter ons. Binnen is het een drukte van jewelste. In de keuken wordt vlees geroosterd en degenen die zich niet met het eten bezighouden, pakken wat spulletjes in die je zoal nodig hebt voor een reis. Iedereen loopt met zijn jas aan. Zelfs de baby kraaiend in de kinderstoel is volledig aangekleed en probeert de veters van zijn schoentjes los te trekken.
  Ik vraag aan de man waarom hij zijn deur niet ingesmeerd heeft en krijg een wat schuw antwoord. 
  “Nou, wij hebben onze vragen wel over deze opdracht. Wij willen niet al te progressief overkomen en vinden dat bloed aan de deur wel wat overdreven. Waarom iedereen uitdagen met zo’n ritueel. Voor ons is het allemaal misschien wel normaal, maar voor een ander niet. Wij hebben het lam geslacht en zullen het in één keer opeten, maar dat bloed hebben we hierbinnen gesmeerd. Kijkt u maar in de keuken. Vind u het ook niet wat minder provocerend dan aan de buitendeur? Ik neem aan dat het wel duidelijk is dat ook wij joden zijn. Wij hebben het bloed ook gesmeerd. We hopen op een goede afloop.”

  We bedanken het gezin hartelijk voor hun commentaar en gaan op zoek naar een volgend gezin. Dat is al snel gevonden, want bij de buren zit wel een laagje bloed op de posten. Zo’n tegenstelling doet het altijd goed in het artikel. 
  Ook hier worden we binnengelaten en ook hier moet de camera uit. Er heerst een sombere sfeer in het huis. De vrouwen zijn druk bezig in de keuken en net als bij de buren wordt er ingepakt voor een reis. In de hoek van de kamer zit de oudste zoon in zijn jas ineengedoken. Ik vraag waarom hij daar zo zit.
  “Meneer ik knijp hem als een oude dief. Wij hebben het bloed aan de deur gesmeerd, maar ik heb er allemaal niet zo veel vertrouwen in. Wie kan mij vertellen of dit niet mijn laatste avond is. Misschien ben ik morgen wel hartstikke dood. Ik wil helemaal nog niet dood. Wilt u alstublieft onze naam niet vermelden in uw artikel, ik schaam me kapot voor mijn klasgenoten. Ik hoop dat het uiteindelijk allemaal goed afloopt en we morgenochtend op pad kunnen. Dat heeft onze God via Mozes aan ons beloofd en daar hopen we dan maar op.”

  We lopen weer op straat en zien bij een huis de rookwolken boven de dakpannen uitslaan. De posten zijn moddervet ingesmeerd. Interessant. We bellen aan, maar er wordt niet opengedaan. Onze nieuwsgierigheid is dusdanig gewekt dat we via de brandgang naar de betreffende tuin zoeken. Nou, dat is niet zo moeilijk. Het geluid van de feestende groep is van verre te herkennen.
   We lopen de tuin in en worden verwelkomd door de bewoners. Verschillende barbecue’s staan in het gras en het vlees ligt te roosteren. Slingers zijn opgehangen en de familie viert uitbundig feest. Koffers staan ingepakt bij de achterdeur. Kinderen rennen uitgelaten achter elkaar aan. De oudste zoon zit met een heerlijk bordje vlees op zijn schoot smakelijk te eten. Dit tafereel hadden we niet verwacht na onze vorige interviews. 
  “Zeg jongeman, je zit er wel héél relaxed bij. Geen bibbers voor wat er komen gaat?” 
  “Nee echt niet! Onze God heeft beloofd dat we gespaard zouden worden als we het bloed aan de post zouden smeren. We eten het vlees van het geslachte lam en we zijn klaar voor vertrek. Als God ons vertelt dat we niet bang hoeven te zijn, dan zijn we dat niet. We feesten, omdat onze tijd hier in slavernij voorbij is. We mogen morgenochtend in vrijheid vertrekken. Leve het volk, leve Mozes en geloofd zij onze God. De regering heeft allen kansen gehad om ons zonder toestanden te laten gaan. Hoe dan ook, morgen vertrekken we. Hij zwaait met zijn hand en kijkt uitgelaten in de camera.”

  Nou, het is duidelijk. De joden denken daadwerkelijk dat er iets te gebeuren staat. Ik kan me daar niet zoveel bij voorstellen, maar het geeft je toch te denken. Vooral bij dat laatste gezin. Ik word er een beetje eng van. Je zo op durven stellen in dit land, waar ze toch een etnische minderheid vormen. Een laagbetaalde groep die uiteindelijk niet kan worden gemist. Als de geheime politie dit ter ore komt kan het nog weleens slecht men hen aflopen.

We zoeken zo graag een uitweg in alternatieven. Als we ons daadwerkelijk bewust zijn van de kracht van onze Heer hebben we dat niet nodig. 
Gedenk Pesach. Vier Pasen. Beleef de Genade.



zaterdag 9 maart 2013

tweeling


BESTAAT GOD ECHT?

Een tweeling zit nog voor de geboorte in moeders buik. Vraagt de eerste: "Geloof jij in het leven na de geboorte?"
"Natuurlijk" zegt de tweede, "er moet wat zijn. Misschien is ons bestaan hier slechts een voorbereiding op het leven na de geboorte".

"Flauwekul! Er is geen leven na de geboorte. Hoe zal dat er dan uitzien?"
"Ik weet het niet precies, maar ik stel me veel licht voor en wij zullen lopen met eigen voeten en eten met de eigen mond……"
"Lariekoek:zelf lopen en zelf eten!Voor het lopen is hier geen plek en voor het eten hebben we de navelstreng. Er is geen leven na de geboorte!"

"De navelstreng is wel heel kort! Dat kan toch niet alles zijn! Ik ben er van overtuigd dat na de geboorte iets heel nieuws begint, iets dat wij gewoon nog niet kennen".
"Maar er is nog niemand teruggekeerd na de geboorte. Het leven eindigt hier in deze smalle omgeving."

"Nou ik weet misschien nog niet helemaal hoe het leven na de geboorte eruit gaat zien. maar in elk geval zullen we onze moeder ontmoeten en ze zal voor ons zorgen".
"Moeder ! Jij gelooft in moeder? En waar is –volgens jou- moeder?"
"Overal om ons heen natuurlijk. Zonder haar zullen wij er niet zijn."

"Ik geloof er niets van! Ik heb nog nooit een moeder gezien, dus bestaat ze niet!"

"Misschien is ze niet te zien, maar af en toe, als wij helemaal stil zijn, kan ik haar horen zingen en ik voel haar hand over onze wereld strelen. Weet je, volgens mij begint het leven toch pas na de geboorte".



woensdag 6 maart 2013

voetstoots

middeleeuwse markt
Iets voetstoots aannemen. Wat betekent dat eigenlijk. Natuurlijk we weten wat het betekent. We gebruiken het regelmatig, maar waar komt het vandaan.

Ik heb van de Sint een cadeau gekregen. De taal scheurkalender. Elke dag een dingetje over taal. Hoe je een bepaald woord gebruikt, of waar een woord oorspronkelijk vandaan komt, enzovoorts. Van alles en nog wat komt aan bod. Zo op maandag 25 februari onder de rubriek gezegden, dit zo bekende woordje ‘voetstoots’.

Het blijkt een handelsuitdrukking te zijn. Vroeger stalden de kooplui hun waar, en zeker de wat grotere partijen, op de grond uit. Daar stond dan een stapel kisten met groenten of textiel. De koper kon maar een gedeelte van de koopwaar zien, maar met een stoot van de voet tegen de partij gaf hij aan de gehele partij op te kopen. Dit was natuurlijk wel een gok, maar hij gaf voetstoots aan dat de koopman te vertrouwen was.

Tegenwoordig heeft het woord nogal een negatieve klank. Je bent goedgelovig. Je denkt niet genoeg na. Je bent een sulletje. Je gaat de teil in, want je hebt het zomaar voetstoots aangenomen.

En toch....van ons mensen wordt verwacht dat we voetstoots aannemen wat er in de Bijbel staat. Geloven als een kind.

Onderzoekt alle dingen, maar behoud het goede. Pluis die Bijbel uit. Lees hem zorgvuldig, keer hem om, maar als je de Genade niet voetstoots aanneemt, zal de ‘partij’ slechts bestaan uit een verzameling mooie verhalen en een hoop onzin. 

Neem de goederen aan. Zoek de woorden uit. Behoud het goede en de winst zal ongelofelijk zijn.


bijbeltje van mijn moeder en wat oude bijbeltjes