donderdag 29 oktober 2015

Dijk van een verhaal 29 oktober 2015


 

 
Blokkendoos
 
  Het is vandaag een prachtige dag. De zon schijnt en zet de herfstkleuren in vuur en vlam. Vanmorgen dus maar weer lekker aan de wandel op de dijk. De werkzaamheden beginnen aardig op te schieten. Het laatste traject wordt afgerond en binnen een week kunnen we weer over de originele weg rijden, zo verneem ik van een man die met een bezem rondloopt.  Ik zie dat er wordt begonnen om het fiets cq. wandelpad te effenen. Nog even geduld en dan kan ik weer voortschrijden op het talud. Eindelijk weer uitkijken over het water en dromen over de verre einders die ik telkens in het vizier heb. Als ik zo loop kan ik in de verte de hoge gebouwen van Rotterdam zien. Een van de nieuwste aanwinsten, de Blokkendoos (van Rem) in de volksmond, kan ik zien. Het gebouw staat vlakbij de Erasmusbrug en ervoor meren de schepen van de Holland Amerika Lijn af. Grote passagiersschepen van de hele wereld gooien hier hun trossen uit. Maar dat trekt mijn aandacht niet als ik daar zo op de dijk loop.

  Nee, het schijnt dat Madonna een appartement heeft gekocht in de Blokkendoos. Ergens op één van de bovenste verdiepingen houdt zij domicilie. Het is geen permanente bewoning, maar toch. Het zou zomaar kunnen dat wij op afstand oog in oog staan, want het appartement bevindt zich aan de zijde die ik kan zien. Zelf zou ik nooit in een dergelijk hoog gebouw willen wonen. Ik voel me al hoog verheven als ik bij mijn zus op de 4e etage van de flat over de galerij loop. Ik kijk dan angstvallig naar beneden en ben blij als ik het flatje van mijn zus binnen kan stappen. Volgens haar moet je van een hogere verdieping springen om daadwerkelijk te ‘springen’, maar ik vind het hoog genoeg. Enfin, terug naar de dijk en naar Madonna.

  Terwijl ik loop over de dijk kijk ik dus naar die Blokkendoos en prijs me gelukkig. Ik heb dan niet zoveel poen als Madonna. Ik kan me ook niet beroepen op succes en heb geen woningen op alle continenten, maar ik heb wel vrijheid en die dijk. Ik loop hier met mijn voeten op solide klei. Zij staat daar hoog verheven op haar balkonnetje op de misschien wel 30e verdieping. Ik kijk haar denkbeeldig aan en zwaai. Kom, loop een eindje met me mee. Even buiten de publiciteit en in de anonimiteit. Heel even genieten van de wind in je haren en de zon op je gezicht. Zonder beveiliging, zo veilig als wat. Kom Madonna, kom uit je ivoren toren, want hier kun je de vogeltjes horen.
 
 

woensdag 14 oktober 2015

Dijk van een verhaal 14 oktober 2015


 
 
Wintergezicht 4 februari 2015
 
 
Ik loop langs de dijk. Dat doe ik bijna elke doordeweekse dag. ’s Morgens om een uur of negen de wandelschoenen aan en de dijk op. Heen en terug naar de ‘Molen de Regt’. Nog niet zo lang geleden liep ik dan boven op het talud. Ik kon dan uit kijken over de rivier en aan de andere kant over de daken van ons dorp. Een inspirerende wandeling. Elke keer anders. Soms warm. Soms koud. Soms winderig en soms helaas ook regenachtig. Helemaal nat geregend thuiskomen. Ja, dat hoort erbij.
Het pad was erg smal. Niet meer dan een meter breed en soms minder vanwege de overgroeiende vegetatie. Ergerlijk vond ik dat. De breedte van dat pad. Als je samen met iemand loopt kun je nauwelijks naast elkaar lopen. Komt er dan een tegenligger dan moet je achter elkaar gaan lopen en stokt het gesprek. Tenzij je al schreeuwend tegen de wind in je praatje af maakt en het hele dorp op de hoogte stelt van je relaas. Sommige tegenliggers nemen het dan ook nog niet zo nauw met de ruimte die je nodig hebt en duwen je richting grashalmen. Daar waar menig hondendrol op de loer ligt om je schoenen te bevuilen. Een asociaal pad. Ik kan niet anders zeggen.
 
Maar goed, terug naar het feit dat ik de wandeling ’s morgens over het algemeen in mijn eentje doe. Nog steeds ergerde ik me over de breedte van het pad. Tot ik tot een verbazende conclusie kwam. Het pad is helemaal niet asociaal, maar juist heel erg sociaal. Ik zal het u proberen uit te leggen.
Vroeger liep ik niet enkel en alleen over de dijk. Mijn tocht begon altijd door het dorp heen en ging vervolgens dan ter hoogte van ‘Molen de Regt’ de dijk op. Als je beneden door het dorp loopt is het niet gebruikelijk dat je ‘deze en gene’ groet. We lopen als stadse individuen langs elkaar heen, tenzij je de tegenligger in kwestie bij naam en toenaam kent. Dan kan er nog wel een ‘hallo’ vanaf. Anders is het op de dijk.
Op het smalle pad, waar je elkaar bijna niet kunt passeren zonder aan te raken, kun je dus letterlijk niet om elkaar heen. Het zou toch van de zotte zijn dat je een dorpsgenoot dan passeert zonder een enkele groet. Soms een formeel  ‘goedemorgen’ en soms simpel  ‘hallo’. Je komt er voor je goeie fatsoen niet onderuit. Zo is mijn kijk op dit smalle pad door de jaren heen veranderd. Eerst was het pad bijzonder asociaal, maar nu ervaar ik het als één van de meest sociale paadjes in het dorp. Daar boven op de dijk veranderden we in dorpse mensen.

Helaas, met de huidige dijkverzwaring zal het karakter van de dijk veranderen. Het smalle pad gaat uiteindelijk plaats maken voor een breder pad dat verdeeld zal worden in een fietspad en een wandelpad. Dat zijn de plannen, heb ik tijdens mijn wandelgangen vernomen. Voorlopig heeft het talud nu het aanzicht van een modderige zeedijk in wording en zullen we nog even moeten wachten op het uiteindelijke resultaat.
 
Modderpad 14 oktober 2015
 

maandag 12 oktober 2015

schrijfcursusje...


 
 
             Een sprintje schrijven. Het is niet de eerste keer dat ik dat doe. Al diverse malen heb ik die opdracht gekregen. Telkens opnieuw begin ik dan maar weer te schrijven. Eigenlijk zonder enig doel dan het volschrijven van een A-4tje, zoals ook in dit geval. Letters verschijnen op het lege digitale velletje en dansen door tot het velletje vol is.

             Het zonnetje schijnt en ik kijk af toe verlangend naar buiten. Op het tafeltje op het terras ligt een boek. Het ligt daar in de zon en helemaal klaar om opengeslagen te worden. Deze week zomeren we lekker na en wat is er dan fijner aan huisvrouw zijn dan uitgebreid te genieten van de vrijheid die je hebt.

Maar ja, deze huisvrouw moet weer zo nodig aan de gang. Cursusje doen. Cursusje schrijven. Dus schrijven dan maar. Ik heb al weer enige tekst gelezen over het fenomeen schrijven. Schrijven moet je vooral doen omdat je het leuk vindt. Er in eerste instantie niet op uit zijn om andere mensen te plezieren. Je eigen stijl ontwikkelen. Kijken wat je het beste ligt. Wat het makkelijkst van je pen of toetsenbord vloeit. Er ontstaat vanzelf publiek. Mensen die waarderen wat je schrijft en je daardoor stimuleren. Soms is het nodig dat je er op enig moment aan gaat sleutelen, maar vooralsnog laat je de woorden komen. Vang ze op en leg ze vast.

Schrijven doe je vooral met je gedachten. Als ik over de dijk loop schieten er allerlei zinnen door mijn hoofd. Halve gedichten liggen in de berm van het smalle asfaltpaadje. Weg gedruppeld, want vaak weet ik de zinnen niet meer of zijn ze uit balans.

Volgens mijn zoon wordt het daarom tijd dat ik een smartphone koop. Terwijl ik dan loop te dromen op de dijk kan ik direct de woorden en zinnen die bij me opkomen inspreken op die telefoon. Dat lijkt me inderdaad geen slecht idee. Ik heb zelf wel eens gedacht om met een notitieblokje de dijk op te gaan, maar daar heb ik dan pas erg in als het te laat is. Wie weet komt er dan toch nog een keer een smartphone in mijn bezit. Dan loop ik daar en gedraag me als een redenaar op een verplaatsbaar sinaasappelkistje.

Als ik het heb over inspiratie, dan doe ik daar langs de rivier de wildste ideeën op. Elke stap, elke blik, elke boeggolf van een schip dat voorbijvaart brengt me in andere sferen. Of dat nu interessant is voor een lezer dat laat ik in het midden. Toch lijkt het me heerlijk om de tijd en energie te steken in een verhaal. Een verhaal wat mensen boeit. Gedichten maken die aanspreken. En inderdaad, uiteindelijk wil je gewoon gelezen worden. Gezien worden. Het begint klein, het velletje en jij. Het eindigt met voldoening als mensen voelen wat jij voelde en zien wat jij zag.
 
 

vrijdag 10 januari 2014

goochelen

  Vroeger, toen ik nog kind was en dat is lang geleden, hadden we van het bedrijf waar mijn vader werkte een Sinterklaasfeest. In de kantine van de toenmalig florerende werf Verolme werd het gevierd. Het filmpje dat mijn ogen hebben opgenomen als kind speelt zich af voor mijn geestesoog. Slechts enkele malen opgenomen, maar helder speelt het zich af. 
  
  Je jas ging in de garderobe, waar zich ook toiletten en een grote ronde wasbak bevond. Dan moest je enkele trappen oplopen en kwam je in een zaal. Voorin was het podium en snel zocht je een plekje op één van de stoelen die in rijen waren opgesteld. Ik ging nooit vooraan. Veel te bang dat het oog van de Sint op mij zou vallen. Liever ergens tussenin. Onopvallend. Ik ben gelukkig nooit op het podium gevraagd. Nooit op de schoot van de Sint belandt. Later hoorde ik dat ouders hun kinderen op konden geven. Mijn moeder vond dit helemaal niets. De angst die je als kind zou kunnen ervaren als je naam zo zou klinken door de zaal vond zij geen goed idee. Het werd me bespaard, er werd over me gewaakt door een bezorgde moeder. 

  Er was dan ook altijd een act. Een clown of een goochelaar. Goochelen het intrigeerde me. En nog steeds. Ik zou wel assistent willen zijn bij zo’n act. Zo nieuwsgierig hoe dat zit? Assistent, zo’n pakje en dat het dan ook nog staat, en zo’n prachtige vloed aan haren. (Helaas ook illusie. Leven op sla en elke maand nieuwe extentions.)

  Laatst was er een intervieuw met Hans Klok op de televisie. Die acts van hem, die suspence acts. Het is allemaal illusie. Je weet het en toch intrigeert het. Het idee dat je als assistent alles weet werd tijdens dat gesprek echte illusie. Hans koopt die acts en past ze aan. Zet ze naar zijn hand. Gebruikt zijn eigen middelen en creativiteit en maakt het zo origineel. De assistent weet echter alleen het gedeelte wat voor haar van belang is. Zo ook de man van het licht, de decorbouwer, de geluidsman de...noem het maar op. Niemand van het gezelschap weet alles, behalve Hans. Het gevaar van uitlekken is te groot. En voor dat kleine deeltje wat voor hen van belang is, moeten ze ook nog eens tekenen. Een geheimhoudings contract.

  Zo is het met engelen natuurlijk niet. Zij hoeven niets te tekenen. Ze zijn op een bepaalde manier net zo onwetend als wij. Alleen wanneer ze hun stem moeten gebruiken, wanneer ze nodig zijn. Hetzij voor licht, hetzij voor geluid, hetzij voor timmerwerk, krijgen ze een beetje inzicht. 


  Engelen zijn dat wat ze zijn. Prachtig, maar slechts dienaren van de Hoogste God.





woensdag 23 oktober 2013

nieuw seizoen


We starten weer met een nieuw seizoen met de vrouwengespreksgroep.
Een klein groepje vrouwen dat zich gaat buigen over I Petrus.


Wat eten we vandaag?
Wat hebben we vorige week vrijdag gegeten?

Eten, het is belangrijk voor ons. Zonder eten hebben we geen leven. Iedereen weet dat je door het verbranden van je voedsel energie krijgt om te leven. Zonder verbranding, geen leven.

Eten, het is belangrijk voor ons en toch weten we vaak de andere dag al niet meer wat we hebben gegeten.

Eten, zo belangrijk en toch vaak een bijzaak.

Eten, lekker aan tafel met geliefden om je heen. Belangrijk eten. Duur eten, ja dan weten we het nog wel. 

Eten, tussendoor. Haastig en ongeduldig verslikken we ons en toch...

Eten, zo belangrijk. Zonder eten zouden we niet verder kunnen. Zonder de maaltijden van vorige week, vergeten en verwerkt, zouden we vandaag niet functioneren.


De Bijbel, het woord van God.
De Bijbel, God spreekt tot ons, maar.....

We voelen niets. Het glijdt zomaar langs ons heen.

De Bijbel, stilletjes voor onszelf. Waar ging het ook alweer over. God spreekt, maar er klinkt niets in mijn oren.

Nutteloos, snel tussendoor. Bijbel dicht, verder met het leven.

De Bijbel, het woord van God verdwijnt soms als een bijzaak tussen onze dagelijkse beslommeringen.

Toch moeten we eten.

Toch moeten we ons voeden.

Als we er zijn, krijgen we daar de kracht voor. Kracht die we hebben geput uit het voedsel van de week ervoor. Voedsel waar we de naam niet meer van weten. Wat hebben we vrijdag ook alweer op???? Toch was dit voedsel nodig om te presteren, ook een week erna.
Het Woord, zo belangrijk. Zonder dat woord, dat we vorige week vluchtig hebben gelezen, zouden we vandaag niet functioneren.

Zonder voedsel geen leven. Zonder Gods woord geen warmte.

De christendoorn. Een plantje getooid met doornen, werd in bijbelse tijden gebruikt om de wijngaarden en akkers te beschermen tegen dieren. Het is een woestijnplant en zodoende is ie niet stuk te krijgen. Geef je hem een tijdje geen water? Het deert hem niet. Hij wordt er niet mooier op zonder verzorging, maar pak je de draad weer op, dan verrast hij je met zijn pittige oranje-rode bloemetjes. Wat overigens geen bloemen zijn, maar schutblaadjes.

Een plant heeft verzorging nodig om tot volle wasdom en bloei te komen. Elke week een scheutje. Soms in geen weken verschil te zien en dan ineens is daar een knop. Het resultaat van gewoon blijven gieten.

Elk willekeurige plantje zou voor dit doel kunnen worden gegeven, maar deze draagt de toepasselijke naam ‘christendoorn’ en zal je daarom telkens herinneren aan de voeding die je tot je dient te nemen. Letterlijk en figuurlijk.


Het goed onderhouden van je bloemenpracht zal je rijkdom geven. 

Eten en blijven eten. Lezen en blijven lezen.


Het Woord. Soms lijkt het zo zinloos. Vaak doet het ons niets. Een boek met verhalen die over anderen gaan. God bemoeit zich met iedereen, behalve met mij... waar bent U....? Hij voedt ons ongemerkt. Brok voor brok stopt hij in onze monden. Vult ons, zodat we door kunnen. 


Het studieboekje.....een boekje....vol recepten. Proef ze vooraf. Lees ze door. Maal erover. Wanneer we dan in de groep zitten kunnen we vergelijken. Proeven van elkaars bevindingen. Een tafel vol voedsel.

Zo kunnen we de reis aanvaarden. Een nieuw seizoen in.


(De kringleden van dit seizoen krijgen een christendoorn.)

Dit plantje krijg je....maar mocht hij het seizoen niet overleven dan eis ik compensatie.

De tafel met in folie verpakte plantjes

zaterdag 10 augustus 2013

zomer


En dan is het zomer. Eindelijk mogen we gaan genieten van een zee aan vrije tijd. Dit jaar geen verre reis. Geen kilometers over het asfalt, maar gewoon in Zeeland op onze eigen zeilboot. Het is een oudje, voor de kenners een Westerly Centaur uit 1974, maar hij doet het nog goed. 

Zeeland. We varen vanaf 1994 over het geliefde water van deze provincie. Woensdag was een zeildag bij uitstek. We voeren vanuit Kortgene aan het Veerse Meer, de sluis door en belanden op de Oosterschelde. Kenmerkend voor deze sluis zijn de 3 tweeonderéénkap woningen. De zon scheen helder. Prachtige ‘mooi weer’ wolkjes tekenden wit tegen het helderblauw. Dat zijn de mooiste momenten van een zeilvakantie. Een strak windje doet ons de zeilen snel hijsen. Motor uit, en rust. Slechts het geluid van de wind en het opspattende water beroerd onze oren. Het licht is zo mooi, het is zo helder, ik moet plaatjes schieten.

Op mijn rug op het dek, op de voorplecht. Genieten in de ware zin van het woord. Niets is nodig. Enkel en alleen het licht, van onze Schepper gekregen, om je heen. De Schepping op z’n mooist. Een gevoel van genade die je krijgt in één oogopslag.


bascule brug / sluis Veerse meer




liggend op het dek

de zon straalt






Gewoon héél véél blauw

kikker van de fokkeschoot

de fokkeschootlier.....

voeten en foto....made bij dochterlief

de sluis gaat open....alle zeiltjes worden direct gehesen

varend door het Havenkanaal van Goesche Sas naar Goes
twee zeilmasten in perfect perspectief met de zendmast

maandag 22 juli 2013

rode tassen



Daar gingen we dan. Op kledingjacht voor zoonlief. Gevieren, zoon, schoondochter, dochter en ik zei de gek. Manlief had andere bezigheden. Nou, de dames zouden dat varkentje wel eens even wassen.

De eerste de beste trendy kledingwinkel werd aangedaan. Er is overal volop ‘sale’. De koopjes vliegen om je oren. Ook bij zoonlief, die zich in het zweet werkte in de kleedkamer, vloog van alles om zijn oren. Drie vrouwen die naarstig door de rekken gingen  en een ‘gewillige’ man achter het gordijn. Oh, wat hadden wij een pret. Of dat ook voor zoon gold, ach dat deed er niet zoveel toe. De rekening werd betaald door het slachtoffer en uiteindelijk verlaten wij het pand met twee volle ‘rode’ tassen met shirts, overhemden, lange en korte broeken. Lopend naar de uitgang valt mijn oog op een prachtige top. Even passen over mijn hemdje heen en ook ik ben een kledingstuk rijker.

Inmiddels rammelen de magen en schuiven we aan in een pittoresk pannenkoeken restaurantje in het centrum van de stad. We bespreken de aankopen en onder het genot van een heerlijk baksel prijzen wij ons gevieren gelukkig met de praktische en leuke aanwinsten. Verzadigd verlaten we de eetgelegenheid om nog wat na te shoppen.

Ik draag mijn kleine tasje van de kledingzaak en drop deze bij één van de grote tassen. Zo, heb ik lekker mijn handen vrij. Bij een sportzaak koop ik duikbrilletjes voor manlief en mijzelf. We zwemmen tegenwoordig elke week trouw baantjes en vooral ik heb veel last van het chloorwater. Ik krijg een prachtige ‘rode’ tas. Schoondochter koopt een zonnebril en we verlaten het pand. Op naar de volgende winkel. Er worden nog schoenen gekocht en uiteindelijk doen we nog een boekenwinkel aan, waar schoondochter een paar leuke voordelige kookboekjes aanschaft.

We hebben het wel weer gehad met het ‘statten’ en zetten koers naar de parkeergarage. Schoondochter checkt in gedachten nog even de ‘tassenbende’. Twee rode tassen en twee witte tassen. Compleet. Zoon en schoondochter zetten we thuis af en dochter en ik rijden naar huis. 

Manlief is inmiddels terug van zijn bezigheden en ik wil hem mijn nieuwe aanwinst showen. Helaas, die zit in de tas bij schoondochter. Dan laat ik mijn slimme aankoop zien. Duikbrilletjes, goed hè. Aangezien we toch gaan barbecuen bij onze zoon zal hij straks mijn supertopje wel zien.

Helaas, bij aankomst blijkt dat de tas onvindbaar is. Zoon en schoondochter keren het huis, maar nergens is de tas te vinden. We zijn ten einde raad. Er zit uiteindelijk voor een klein kapitaaltje aan kleding in de rode rakker. Hoe kan dat nou. Er waren toch twee rode tassen? Ja, maar het hadden er drie moeten zijn. Twee kleding en één met brilletjes. Waar is hij blijven staan. Hoe gaat dit goed komen.

We kunnen er even niets aan doen en gaan heerlijk barbecuen. Schoondochter heeft haar best gedaan. Lekker vlees, stokbrood, salade en sangria met vruchtjes waar mijn hoofd van ging zweven.

Een lange zondag breekt aan. We kunnen niet bellen naar de zaak waar we denken dat het systeem in het honderd is gelopen. Schoondochter slaapt er slecht van en zodoende zoon ook. Een tobbende vrouw in bed is geen pretje. Gelukkig wordt het uiteindelijk gewoon maandag en al snel heb ik het eerste sms je. Hoe zouden we zonder kunnen.
Schoondochter: ‘JJJeeeehh de tas lag nog bij de Perry’ / Zoon: ‘Kleding gevonden!!!!!’ / Zoon: ‘Bij de Perry’. Wat waren die twee blij. 
En ik? Ach ik zat er niet zo mee. We waren gezond weer thuis, hebben heerlijk gebarbecued. Ik overleef het verlies van een kledingtasje wel, maar zo’n gezellig weekend met ‘het spul’ is uiteindelijk onbetaalbaar.